Jozef Israëls, Langs moeders graf, 1856.
Groninger Museum, Groningen. Publiek domein.
Als een gezin wordt getroffen door een ingrijpend verlies, vindt er een aardverschuiving plaats.
Niet alleen degene die overlijdt is er niet meer. Ook het leven zoals het was, verandert. Rollen verschuiven. Patronen veranderen. Gewoontes vallen weg. Wat voorheen vanzelfsprekend was, kan ineens ingewikkeld worden.
Iedereen valt om. Iedereen krabbelt vroeg of laat weer op. En ieder gezinslid vindt een manier om door te gaan.
Zo werkt het. Dat is levenskracht.
Maar de manier waarop iemand doorgaat, vertelt vaak iets over wat hij of zij onderweg heeft moeten dragen.
Kinderen rouwen ook
Wanneer een ouder, broer, zus of ander dierbaar persoon overlijdt, rouwt een kind mee. Ook wanneer het verlies niet rechtstreeks van het kind is.
Kinderen voelen dat er iets veranderd is. Ze merken dat papa of mama anders reageert, minder beschikbaar is, sneller boos wordt, verdrietig is of juist probeert om sterk te blijven. Ze voelen de spanning in huis, ook als er nauwelijks over wordt gesproken.
Kinderen willen vaak maar één ding: dat het goed gaat met papa en mama.
Want ouders zijn voor een kind de basis van veiligheid. Wanneer die basis wankelt, kan een kind zich bewust of onbewust gaan aanpassen om de veiligheid zoveel mogelijk te herstellen.
Het ene kind wordt extra lief en behulpzaam. Het andere trekt zich terug. Een kind kan heel volwassen lijken en opvallend weinig nodig lijken te hebben. En weer een ander wordt de clown van het gezin.
Op het eerste gezicht lijken dat misschien verschillende manieren van omgaan met verdriet. Maar onder dat gedrag kan dezelfde behoefte liggen:
Hoe zorg ik ervoor dat het thuis goed blijft gaan?
Kinderen zijn trouw
Kinderen blijven loyaal aan hun ouders.
Ook wanneer een ouder door verdriet, depressie, boosheid of overweldiging tijdelijk niet in staat is om er echt voor zijn of haar kind te zijn.
Een kind denkt meestal niet: mama is emotioneel niet beschikbaar voor mij. Een kind denkt eerder: mama heeft mij nodig. Of: ik moet zorgen dat papa niet nog verdrietiger wordt.
Die loyaliteit is krachtig. Maar soms wordt die loyaliteit een last.
Een kind kan bijvoorbeeld voortdurend rekening gaan houden met de stemming van een ouder. Het leert als het ware de sfeer in huis lezen. Een blik, een zucht, een bepaalde stilte: het kind weet wat die signalen betekenen en past zich daarop aan.
Soms ontstaat parentificatie: het kind gaat zorgen voor een ouder, een jonger broertje of zusje, of voor het gezin als geheel.
Niet omdat iemand dat bewust heeft besloten.
Maar omdat een kind doet wat kinderen zo vaak doen wanneer hun wereld wankelt:
het zoekt een manier om erbij te blijven horen én om het gezin bij elkaar te houden.
De patronen die na verlies kunnen ontstaan
Een ingrijpend verlies kan dus niet alleen verdriet veroorzaken. Het kan ook nieuwe patronen in een gezin laten ontstaan.
Een kind kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid naar zich toe trekken. Altijd helpen. Altijd sterk zijn. Nooit lastig willen zijn.
Een ander kind kan juist heel druk worden. Grappen maken. De sfeer luchtig houden. Verdriet wegduwen voordat het te dichtbij komt.
Weer een ander kind trekt zich terug en leert: als ik niets nodig heb, belast ik niemand.
En soms wordt een kind degene die voortdurend aanvoelt hoe het met iedereen gaat.
Van buitenaf kan dat gedrag jaren later zelfs als een karaktereigenschap worden gezien.
Wat is hij toch zorgzaam. Zij is altijd zo zelfstandig. Hij maakt overal een grapje van. Zij is zo gevoelig voor de sfeer.
Maar gedrag ontstaat ergens.
En daarom is het zo waardevol om niet alleen te kijken naar wat een kind doet, maar ook te vragen:
Waar is dit gedrag ooit voor nodig geweest?
Misschien was het ooit een slimme manier om met een onveilige of verdrietige situatie om te gaan.
Gedrag in het hier en nu
Dat maakt het ook zo belangrijk om met een ‘bril van verlies’ naar gedrag te kunnen kijken.
Niet om alles wat iemand doet aan verlies toe te schrijven. En ook niet om een kind vast te zetten in een verhaal over wat er vroeger is gebeurd.
Wel om nieuwsgierig te blijven. Als opvoeder en ook als leerkracht.
Wanneer een kind overdreven verantwoordelijk is, kun je je afvragen:
Heeft dit kind misschien geleerd dat het voor anderen moet zorgen?
Wanneer een jongen voortdurend grappen maakt:
Is humor misschien een manier geworden om verdriet op afstand te houden?
Wanneer een meisje heel sterk en zelfstandig is:
Heeft zij ooit ervaren dat er weinig ruimte was voor haar eigen behoeften?
En wanneer iemand als volwassene voortdurend de stemming van anderen lijkt aan te voelen:
Wanneer is het ooit belangrijk geworden om precies te weten hoe het met de ander ging?
Dat zijn geen conclusies. Het zijn vragen die ruimte kunnen geven aan een ander verhaal.
Daarom raakt rouw het hele gezin
Iedereen rouwt op een eigen manier. Iedereen draagt een ander deel van het verlies. En iedereen zoekt, bewust of onbewust, naar een manier om verder te leven. Dat is onze levenskracht, onze veerkracht.
Maar soms betekent verder leven ook dat een kind onderweg iets is gaan dragen wat eigenlijk te zwaar was.
En misschien mogen we daar, ook jaren later, opnieuw naar leren kijken.
Soms kom je woorden tekort. Zeker bij verlies rondom zwangerschap en geboorte. Je wereld staat stil, terwijl alles om je heen doorgaat. En juist dan kan het helpen als er íets is dat blijft: een plek voor jouw kindje, jouw…
Het verlies van een kindje, bijvoorbeeld door een miskraam, kan intens zijn en veel gevoelens van verdriet en gemis oproepen. Veel ouders voelen de behoefte om erkenning te krijgen voor het bestaan van hun kindje. Een waardevolle tip in deze…