Je relatie met je puberkind na het verlies van je kind

Hoe jullie contact verandert en wat je kunt doen om verbonden te blijven — voor 12 – 18 jaar.

Op deze pagina lees je hoe jullie relatie kan veranderen na het overlijden van een broer of zus. Je leest hoe je met elkaar in gesprek gaat over dood, verlies en gemis en hoe je met elkaar in verbinding kunt blijven.

Voor de leesbaarheid gebruiken we de hij‑vorm. Waar hij/hem staat, kun je ook zij/haar lezen.

Beeldgebruik Marieke de Ridder – Praktijk Fem bij rouw en verlies

Wat er in jullie relatie verandert

Misschien merk je dat het contact met je puber anders is sinds het overlijden van je kind. Jullie zijn allebei veranderd door wat er gebeurd is, en dat voel je in jullie dagelijks contact.

Je puber wil ruimte. Dat is normaal op deze leeftijd, maar nu voelt het misschien anders. Hij trekt zich terug op zijn kamer, gamet, sport, of is vaak weg. Als je vraagt hoe het gaat, zegt hij “gaat wel” en dat is het. Je weet niet wat er in hem omgaat. Je ziet zijn verdriet niet, of alleen in flarden—een opmerking, een stilte, een blik.

Tegelijk ben jij door je eigen verdriet ook anders. Misschien wil je juist meer contact, wil je weten hoe het met hem is, wil je praten. Maar hij wil dat niet, of niet nu. Of juist andersom: jij hebt even geen ruimte en hij zoekt contact, maar op een moment dat je het niet ziet of niet kunt geven.

Waarom jullie elkaar missen

Misschien merk je dat jullie langs elkaar heen leven. Hij wil praten als jij slaapt. Jij wilt praten als hij net weggaat. Hij heeft iets nodig maar zegt het niet. Jij vraagt, maar hij geeft geen antwoord. Zo ontstaat er afstand, niet omdat jullie niet om elkaar geven, maar omdat jullie allebei zoeken naar je eigen weg.

Jij bent door je verdriet kwetsbaarder. Misschien huil je vaker, ben je stiller, of juist drukker. Je hebt minder energie, minder geduld, of bent vaker met je gedachten ergens anders. Hij ziet dat. En misschien weet hij niet wat hij daarmee moet. Misschien vindt hij het eng, verdrietig, of juist irritant. Pubers kunnen daar niet altijd woorden voor vinden.

Misschien probeert hij je te helpen door er niet te zijn. Hij denkt: als ik geen drukte maak, help ik mama of papa. Of juist het tegenovergestelde: hij wordt bozer, prikkelbaarder, gaat vaker de confrontatie aan. Beide kunnen manieren zijn om met zijn eigen verdriet én met het jouwe om te gaan.

Wat je kunt merken in jullie dagelijks contact

Misschien merk je dat hij meer op zijn kamer is. Dat hij minder vertelt over school, vrienden, of wat hem bezighoudt. Dat gesprekken korter worden. “Hoe was het?” “Goed.” En dat is het.

Of juist het tegenovergestelde: hij is juist veel weg. Bij vrienden, op sport, overal behalve thuis. Thuis is waar het verdriet is, en daar wil hij niet zijn.

Misschien zie je zijn verdriet niet direct. Pubers laten het anders zien. Humor, sarcasme, boosheid, terugtrekken. Hij maakt een grap over zijn broer of zus, en jij weet niet of het oké is om te lachen. Hij zegt iets hards, en jij weet niet of dat zijn verdriet is of zijn leeftijd.

Dingen die je niet verwacht kunnen ineens veel emotie oproepen. Een liedje, een foto op social media, een vraag van een vriend. Hij reageert heftig, of juist helemaal niet. En jij weet niet wat er speelt.

De spanning tussen wat jij wilt en wat je kunt

Misschien wil je er juist extra veel voor hem zijn. Je wilt hem bereiken, wilt weten hoe het met hem gaat, wilt praten. Maar hij geeft je geen ruimte. Hij zegt dat het gaat, ook als dat niet zo is. Dat geeft frustratie, machteloosheid, of verdriet bij jou.

Of misschien merk je juist het tegenovergestelde. Je hebt moeite om überhaupt te reageren op hem. Je ziet dat hij iets nodig heeft, maar je kunt het niet opbrengen. Je bent er wel, maar niet echt aanwezig. Je mist signalen, vergeet dingen, reageert te laat. En daar voel je je schuldig over.

Die spanning—tussen wat je wilt en wat je kunt, tussen wat hij laat zien en wat hij voelt—kan jullie relatie moeilijk maken. Je wordt boos op jezelf, of gefrustreerd naar hem. Hij voelt die spanning en trekt zich verder terug, wat het alleen maar moeilijker maakt.

Wat nu helpt om verbonden te blijven

Misschien helpt het om kleine, korte momenten te kiezen waar jullie allebei ruimte voor hebben. Niet een lang gesprek over verdriet, maar een kort moment in de auto, tijdens het eten, of voor het slapen. Vraag kort en open: “Hoe was je dag?” “Hoe gaat het echt met je?” En accepteer zijn antwoord, ook als dat “weet niet” of “gaat wel” is.

Wees eerlijk over wat je voelt, maar houd het kort. “Ik ben vandaag verdrietig” of “Ik heb weinig energie, dat ligt niet aan jou.” Je hoeft niet alles uit te leggen. Door te zeggen wat er is, maak je het bespreekbaar zonder dat hij jou hoeft op te vangen.

Accepteer dat jullie niet hetzelfde voelen of doen. Jij wilt misschien praten, hij niet. Jij wilt herinneren, hij wil even niet. Beide zijn oké. Zeg dat ook: “Jij doet het op jouw manier, ik op de mijne. Dat mag allebei.”

Geef hem ruimte, maar blijf beschikbaar. Zeg niet “je moet praten”, maar wel “als je wilt praten, ik ben er.” Laat zien dat de deur open staat, zonder te pushen.

Als het botst tussen jullie

Misschien gebeurt het dat jullie botsen. Hij zegt iets hards, jij reageert scherp. Hij trekt zich terug, jij wordt boos of verdrietig. Dat gebeurt. Jullie zijn allebei kwetsbaar en zoeken allebei je weg. Herstel zo snel als je kunt. Ga naar hem toe en zeg het kort en eerlijk:

  • “Sorry dat ik net zo reageerde. Ik was moe, niet boos op jou.”
  • “Ik snapte niet wat je bedoelde. Zullen we het nog een keer proberen?”
  • “Wat je zei deed pijn. Misschien bedoelde je het niet zo, maar ik schrok ervan.”

Daarna hoef je niet meteen door te praten. Geef hem ruimte om te reageren, of niet. Het gaat niet om een lang gesprek, maar om het herstel van jullie contact. Dat leert hem ook: fouten maken mag, en we kunnen het weer goedmaken.

Kleine dingen die jullie verbinden

Misschien helpt het om één klein, vast moment per week te kiezen dat alleen van jullie is. Niet iets groots, maar iets wat telkens terugkomt. Samen naar een wedstrijd, een wandeling, samen eten zonder telefoons. Het hoeft niet over verdriet te gaan. Het gaat erom dat jullie samen zijn.

Laat hem meebeslissen over dingen die met zijn broer of zus te maken hebben. Welke foto, welke muziek, wat doen we op de verjaardag. Maar push niet. Vraag het, en accepteer ook als hij zegt: “Bepaal jij maar” of “Ik weet het niet.” Hij heeft misschien nu nog geen woorden of ruimte, en dat is ook oké.

Stuur af en toe een kort berichtje. Niet “hoe gaat het”, maar iets kleins. Een foto, een grapje, een herinnering. Zonder dat hij hoeft te reageren. Zo laat je zien: ik denk aan je, zonder dat het zwaar is.

Wat school en vrije tijd vragen

juist omhoog omdat school afleidt. Hij heeft vaker ruzie, of juist helemaal niet omdat hij alles opkropt. Leraren merken soms iets, soms niet.

Het kan helpen als de mentor weet wat er speelt. Niet om hem anders te behandelen, maar om te zien wat hij nodig heeft. Vraag je puber wat hij wil. Wil hij dat school het weet? Wil hij erover praten of juist niet? Laat hem zelf bepalen. Als hij het moeilijk vindt, kun je aanbieden om samen met de mentor te praten, of dat jij het eerst doet.

Bij sport, muziek of andere activiteiten kan hetzelfde spelen. Soms wil hij er juist naartoe omdat het hem afleidt. Soms is het te veel. Blijf in gesprek over wat hij aankan en wat niet. Dat mag per week verschillen.

Meer lezen en hulp

Wil je meer lezen over hoe je je puberkind kunt helpen bij rouw? Kijk op de pagina Je puberkind (12-18 jaar) helpen bij rouw. Daar vind je ook tips over boeken die kunnen helpen.

Wil je verder lezen over hoe rouw doorwerkt in jullie gezin? Kijk op de overzichtspagina Je relatie met je andere kinderen na kindverlies op Rouwen om het verlies van je kind en Verlies van je kind en je andere kinderen.

Misschien helpt het om met iemand mee te denken die ervaring heeft met gezinnen na kindverlies. Iemand die jullie helpt om woorden te vinden voor wat er tussen jullie speelt en afspraken te maken die jullie contact versterken. In ons netwerk vind je professionals die werken met kinderen in de puberleeftijd en hun ouders—online, telefonisch of live, eenmalig of vaker. Jullie bepalen zelf wat past.

Vind een deskundige in ons Netwerk

Bronvermelding

Deel het bericht:

Andere berichten

5 tips om te herstellen van je miskraam

Had je ooit een miskraam? Of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een abortus? Of misschien waren er embryo’s in een vruchtbaarheidstraject? Of verloor je de helft van je tweeling? Dan kun je daar ook later nog veel last van hebben. Piekeren…

Lees verder