Ongewenste kinderloosheid op de werkvloer: hoe werkgevers steun kunnen bieden

“Moet ik mijn medewerker vrijgeven voor een punctie?”

“Een vruchtbaarheidsbehandeling is toch een eigen keuze?”

“Kan deze medewerker de ziekenhuisafspraak niet op haar vrije dag plannen?”

Tijdens mijn werk als HR-adviseur kreeg ik regelmatig dit soort vragen. De gesprekken gingen meestal over verlof, vakantiedagen en verzuim. Mijn advies was om medewerkers te vragen afspraken waar mogelijk buiten werktijd te plannen. Kon dat niet, dan vond ik dat zij de ruimte moesten krijgen om naar het ziekenhuis te gaan.

Voor mij maakte het niet uit of iemand naar een orthopeed of naar een fertiliteitskliniek ging. In beide gevallen ging het om medische zorg.

Toch dacht niet iedereen daar zo over. Sommige collega’s vonden een vruchtbaarheidsbehandeling een privékeuze. Volgens hen moesten medewerkers daarvoor vakantiedagen opnemen.

Pas toen ik zelf in een fertiliteitstraject terechtkwam, begreep ik hoe beperkt die benadering was.

Is een vruchtbaarheidsbehandeling een eigen keuze?

Bij vruchtbaarheidsbehandelingen ontstaat gemakkelijk een discussie over ziekte en gezondheid. Is iemand ziek als diegene IVF ondergaat? En als er geen sprake is van ziekte, moet een werkgever dan toch ruimte bieden?

De Wereldgezondheidsorganisatie omschrijft gezondheid als een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet uitsluitend als de afwezigheid van ziekte of gebrek (World Health Organization, 1948).

Dat bredere perspectief is belangrijk. Een medewerker kan in staat zijn om te werken en tegelijkertijd lichamelijk of emotioneel zwaar worden belast door een medisch traject.

Als HR-adviseur keek ik destijds vooral naar de praktische vraag: heeft deze medewerker recht op verlof?

Wat ik niet vroeg, was:

“Hoe gaat het eigenlijk met je?”

Toen het ons zelf overkwam

Voordat wij ons bij een fertiliteitskliniek meldden, hadden we al vijf jaar geprobeerd om zwanger te worden. Vijf jaar van hoop, teleurstelling en onzekerheid.

Onze omgeving bedoelde het goed. We kregen adviezen als:

“Je moet het loslaten.”

“Ga eens lekker op reis.”

“Misschien ben je er te veel mee bezig.”

“Als je ontspant, komt het vanzelf.”

We begrepen dat mensen ons wilden helpen. Toch konden we weinig met deze opmerkingen. Een kinderwens laat zich niet op commando loslaten. Bovendien kunnen zulke adviezen onbedoeld de indruk wekken dat iemand zelf verantwoordelijk is voor het uitblijven van een zwangerschap.

Praten over ongewenste kinderloosheid vonden wij moeilijk. We wilden anderen niet steeds met ons verdriet belasten. De mensen om ons heen wilden ons juist niet kwetsen door ernaar te vragen. Zo ontstond er stilte.

Ik merkte hoe ingewikkeld dat kon zijn toen een vriendin haar zwangerschap niet aan mij durfde te vertellen. Ze voelde zich schuldig omdat zij wel zwanger was en het mij niet lukte.

Ik was blij voor haar en tegelijkertijd verdrietig om onze eigen situatie. Ook was ik boos omdat ze het niet had verteld. Tegelijkertijd deed het pijn dat zij blijkbaar het gevoel had haar geluk voor mij te moeten verbergen.

Ongewenste kinderloosheid kan relaties ingewikkeld maken, juist omdat niemand precies weet wat hij moet zeggen.

Een fertiliteitstraject is meer dan een ziekenhuisafspraak

Uiteindelijk meldden wij ons bij het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde van het toenmalige AMC. Na onderzoeken en gesprekken begon het medische traject.

Een fertiliteitstraject kan bestaan uit hormoonbehandelingen, injecties, echo’s, puncties, terugplaatsingen en zwangerschapstesten. Daarbij is er steeds onzekerheid. Heeft er een bevruchting plaatsgevonden? Slaat het embryo aan? Blijft de zwangerschap intact?

Ik onderging vier IVF-behandelingen en in totaal twaalf terugplaatsingen. Mijn man en ik probeerden de ziekenhuisafspraken zoveel mogelijk buiten werktijd te plannen. Met twee fulltimebanen bleek dat vrijwel onmogelijk.

Omdat onze werkgevers het traject als onze eigen keuze beschouwden, gebruikten we vakantiedagen of ruilden we vrije dagen.

Wat we vooral misten, was oprechte belangstelling. Niet een ingewikkelde regeling of een perfecte oplossing, maar een eenvoudige vraag:

“Hoe gaat het met jullie?”

Wanneer een kinderwens je leven gaat beheersen

Iedere behandeling bracht nieuwe hoop. Iedere mislukte poging betekende opnieuw een teleurstelling.

Ik raakte meerdere keren zwanger. Eén zwangerschap eindigde in een miskraam en twee van onze kinderen overleden. De vierde IVF-behandeling was niet succesvol. Een daaropvolgende cryo-poging werd gestaakt omdat mijn lichaam niet goed reageerde.

Na jaren van behandelingen waren we lichamelijk en emotioneel uitgeput. Ons leven draaide bijna volledig om het krijgen van een kind. We planden geen vakanties en hielden bij iedere beslissing rekening met een mogelijke zwangerschap.

Tijdens een reis naar Bali besloten we dat de volgende poging onze laatste zou zijn. Die beslissing bracht rust. Er kwam ruimte voor de vraag hoe ons leven eruit kon zien als er geen kind meer zou komen.

Na onze reis volgde nog één terugplaatsing. Deze keer was het raak. In december werd onze jongste zoon geboren.

Ons verhaal kreeg daarmee een gelukkig einde. Maar dat geldt niet voor iedereen. Sommige wensouders beëindigen een fertiliteitstraject zonder het kind naar wie zij zo hebben verlangd. Zij moeten verder met een gemis dat voor de buitenwereld niet altijd zichtbaar is.

De invloed van een fertiliteitstraject op het werk

Een fertiliteitstraject stopt niet zodra iemand het ziekenhuis verlaat. In mijn eigen traject merkte ik dat de medische behandeling slechts een deel van het verhaal was.

De spanning rond onderzoeken en uitslagen, de teleurstelling na een mislukte poging en het voortdurende leven tussen hoop en onzekerheid werkten ook door in het dagelijks leven. Na sommige behandelingen had ik lichamelijk herstel nodig. Op andere momenten was vooral de emotionele belasting groot. Een zwangerschapstest, een telefoontje van het ziekenhuis of slecht nieuws kon bepalend zijn voor hoe een dag verliep.

Dat is niet uniek voor mijn situatie. De ESHRE-richtlijn beschrijft dat vruchtbaarheidsproblemen en medisch geassisteerde voortplanting psychosociale behoeften met zich kunnen meebrengen. De richtlijn adviseert fertiliteitsmedewerkers daarom om gedurende het behandeltraject aandacht te hebben voor psychosociale zorg (Gameiro et al., 2015).

Niet iedere medewerker ervaart dezelfde gevolgen. Ook heeft niet iedereen behoefte aan dezelfde vorm van steun. Daarom is het belangrijk dat werkgevers niet invullen wat iemand nodig heeft, maar hierover het gesprek aangaan.

Partners mogen daarbij niet worden vergeten. Ook zij leven vaak mee van afspraak naar afspraak, ervaren onzekerheid en verdriet en willen aanwezig zijn bij onderzoeken of medische ingrepen. Een fertiliteitstraject raakt daarom niet alleen de medewerker die behandeld wordt, maar vaak ook diens partner en gezin.

Wat kunnen werkgevers en leidinggevenden doen?

Je hoeft als leidinggevende geen medisch deskundige of hulpverlener te zijn. Met oprechte belangstelling en praktische flexibiliteit kun je al veel betekenen.

1. Stel een open vraag

Vraag bijvoorbeeld:

“Hoe gaat het met je?”

“Wat betekent dit traject op dit moment voor je werk?”

“Wat heb je van mij nodig?”

“Welke tijdelijke afspraken zouden je helpen?”

Laat de medewerker zelf bepalen hoeveel diegene wil vertellen.

2. Respecteer de privacy

Niet iedereen wil dat collega’s weten van een fertiliteitstraject. Bespreek daarom welke informatie vertrouwelijk blijft, wie op de hoogte mag zijn en wat er bij onverwachte afwezigheid wordt gecommuniceerd.

3. Houd rekening met beperkte planbaarheid

De planning van afspraken kan tijdens het traject veranderen. Zeg daarom niet te snel: “Plan het maar op je vrije dag.”

Bespreek wat er binnen het werk mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan tijdelijk andere werktijden, het verschuiven van werkzaamheden of thuiswerken als het werk dat toelaat.

Dit zijn mogelijke gespreksonderwerpen, geen standaardoplossingen. Wat passend is, hangt af van de medewerker, het werk en de organisatie.

4. Kijk verder dan de ziekenhuisafspraak

Een korte afspraak kan meer betekenen dan alleen de tijd waarin iemand afwezig is. Er kan ook reistijd, voorbereiding, spanning of lichamelijk herstel bij komen kijken.

Vraag daarom niet alleen wanneer iemand terug is, maar ook:

“Verwacht je na de behandeling te kunnen werken, of heb je tijd nodig om te herstellen?”

5. Bied ruimte voor teleurstelling en verlies

Een niet-geslaagde behandeling kan veel verdriet oproepen. Na een miskraam of ander zwangerschapsverlies kan daarnaast lichamelijk herstel nodig zijn.

Ga niet uit van één standaardreactie. Vraag wat de medewerker nodig heeft. Betrek bij vragen over gezondheid, verzuim en belastbaarheid zo nodig de bedrijfsarts.

6. Geef geen ongevraagd advies

Zinnen als “je moet het loslaten” en “ga gewoon op vakantie” zijn meestal goedbedoeld, maar kunnen pijnlijk overkomen.

Zeg liever:

“Wat verdrietig dat jullie dit meemaken.”

“Je hoeft mij niet alles te vertellen.”

“Ik luister als je wilt praten.”

“Wat kan ik praktisch voor je doen?”

Doorbreek het taboe

Ongewenste kinderloosheid is niet alleen een privékwestie die bij de deur van het werk stopt. Een fertiliteitstraject kan invloed hebben op het dagelijks leven en op hoe iemand zich op het werk voelt en functioneert.

Werkgevers en collega’s hoeven niet alle antwoorden te hebben. Ze hoeven het verdriet niet op te lossen.

Luisteren is vaak al waardevol.

Begrip maakt een fertiliteitstraject niet minder zwaar. Het kan wel voorkomen dat iemand zich tijdens dat traject ook nog alleen of niet serieus genomen voelt.

Herken je dit verhaal? Of heb je zelf ervaring met vruchtbaarheidsbehandelingen, ongewenste kinderloosheid of de invloed daarvan op werk en relaties? Deel alleen wat voor jou goed voelt. Door ervaringen bespreekbaar te maken, kunnen we samen het taboe doorbreken.

Wil je hierover doorpraten? Neem gerust contact met mij op. Whatsapp of bel +31610878636 of mail naar le****@*************ng.nl

Deel het bericht:

Andere berichten