Je puberkind (12 – 18 jaar) helpen bij rouw

na verlies van je kind – na verlies van zijn of haar broer of zus

Het overlijden van je kind – raakt iedereen thuis. Ook je puber rouwt om zijn of haar overleden broer of zus, maar vaak op zijn of haar eigen manier. Je ziet soms dat je puber dingen zelf wil regelen, grapjes maakt, bij vrienden wil zijn of zich terugtrekt. Dat past bij deze leeftijd: zelfstandiger worden en tegelijk met gemis leren omgaan.

Beeldgebruik Marieke de Ridder – Praktijk Fem bij rouw en verlies

Hoe je puber kán reageren

Je puber wil snappen wat er is gebeurd, maar wil tegelijk niet anders zijn dan de rest. Je merkt het misschien aan het gedrag: stiller of kortaf zijn, vaker online hangen, grenzen opzoeken of juist extra voor jóu willen zorgen. Slapen lukt soms minder goed, concentreren ook; hoofdpijn of buikpijn en gedoe rond school komen dan sneller op.

Dat past bij deze fase: rouw en puberteit lopen door elkaar, waardoor je puber zoekt naar houvast én ruimte om het op een eigen manier te doen.

Wat helpt in jullie contact

Blijf eerlijk en concreet, maar hou het klein. Zeg in gewone woorden wat er is gebeurd en wat er de komende tijd ongeveer gaat gebeuren—geen lange monoloog, liever in korte stukjes. Check daarna wat past voor je puber: “Wat helpt nu voor jou—even praten, juist afleiding, samen iets doen, of liever niets?” Laat weten dat alles oké is en dat het niet hóeft.

Bied keuze in de manier van contact: sommige pubers praten liever tijdens een wandeling of in de auto, anderen sturen liever een appje dan dat ze aan tafel beginnen. Spreek samen af wat jij wél en niet deelt met familie, school of online. Dat voorkomt gedoe achteraf en geeft je puber regie over het eigen verhaal.

Wat je puberkind zou kunnen helpen bij het rouwproces

  • Samen afscheid nemen. Nodig uit maar verplicht tot niets. Laat je puber zelf kiezen wat past: een playlist maken en één nummer aankondigen, een korte zin uitspreken, een foto/voorwerp neerleggen, een kaarsje aansteken of op jouw seintje de presentatie starten. Spreek samen een uitstap‑optie af – weg kunnen lopen of even naar buiten als het te veel is -. Zo geef je, je kind de ruimte om het afscheid bij te wonen en vorm te geven op een manier die goed voor hem of haar voelt.
  • Leg het overlijden simpel en in delen uit: “Dit is er gebeurd… Dit betekent het voor ons… Dit doen we de komende dagen.” Vraag vervolgens: “Wat wil jij hierover weten of liever even niet?” Korte momenten werken beter dan één lang gesprek; appen kan ook als dat beter past.
  • Houd het dagritme waar dat kan. Spreek samen een basis af – slapen, eten, school en sport of hobby – en laat de details los. Eén of twee ankers per dag, bijvoorbeeld ontbijten samen en een vaste bedtijd, geven houvast zonder je puber te veel te controleren.
  • Spreek samen één kort, vast afstemmoment af. Kies iets wat bij jullie past: 5 minuten na het eten, tijdens een rondje lopen of in de auto. Zo weet je puber: “Als ik wil, kan ik iets kwijt.” Tussendoor hoeft het niet. Spreek wel een extra signaal af voor wanneer het wél nodig is. Bijvoorbeeld een emoji of afgesproken woord via app of sms.
  • Bied kleine, haalbare acties aan. Sluit aan bij wat je puber graag doet: samen koken, gamen of even wandelen. Laat je puber meedenken over een herinneringsplek of muziek en/ of tekst voor een herdenkmoment. Houd het opt‑in: je mag meedoen—het hoeft niet.
  • Betrek vrienden en school als je puber dat wil. Betrek vrienden en school zodra je puber dat goed vindt. Bespreek samen wat je puber wil dat de klas/mentor weet en hoe dat wordt gedeeld (bijv. een korte tekst of een paar zinnen tijdens mentoruur). Spreek op school één aanspreekpunt af – mentor of leerjaarcoördinator- en leg simpele, concrete afspraken vast die houvast geven: een pauzeplek, tijdelijk minder toetsen/huiswerk of uitstel, en duidelijk wie je puber kan benaderen als het even te veel wordt. Plan daarnaast één kort vast afstemmoment, bijvoorbeeld wekelijks 5 minuten, live of via mail of portaal, om te kijken of de afspraken nog passen. Zo blijft school voorspelbaar en veilig, en blijft je puber eigen regie houden over wat er wél en niet gedeeld wordt.
  • Wees open over je eigen gevoel. Benoem wat jij voelt “Ik mis [naam van je overleden kind] vandaag extra.” en dat alles aan emoties oké is. Zo maak je ruimte voor het gevoel van je puber, zonder dat het gesprek meteen zwaar hoeft te zijn.

Wanneer extra hulp inschakelen?

Maak je je zorgen omdat je puber al een tijd vastloopt met slapen, eten of school, zich steeds meer terugtrekt, risicogedrag laat zien, of langdurig somber of angstig is? Neem dan contact op met de huisarts of jeugdarts en stem af met school. Schakel zo nodig een rouwprofessional in. Hoe eerder je passende steun regelt, hoe kleiner de kans dat klachten zich vastzetten.

Wil je meer lezen of zoek je houvast?

Lees aanverwante artikelen of bekijk de volgende pagina’s:

Het verlies van je kind en je andere kinderen | rouwen om het overlijden van je kind | rouw bij je kind per levensfase uitgelegd | externe informatie en steun bij rouw

Bronvermelding

Deel het bericht:

Andere berichten