Terug naar het werk na verlies van je kind – hoe doe je dat als je wereld stil staat?

Wanneer denk je weer te kunnen werken?

Mijn leidinggevende keek me vriendelijk aan. Het was drie weken na de begrafenis. Drie weken waarin ik had geleerd dat de wereld gewoon doorging. Dat mensen boodschappen deden, koffie dronken, over het weer praatten. Terwijl mijn wereld was stilgevallen.

Ik wist het niet. Hoe moest ik dat weten? Sommige dagen kon ik nauwelijks uit bed komen. Andere dagen functioneerde ik als een robot. Opstaan. Douchen. Aankleden. Maar echt aanwezig zijn? Nee. Ik was er, maar tegelijk ook helemaal niet.

‘Misschien volgende week?’ zei ik. Want dat verwachtten ze toch? Dat je op een gegeven moment weer normaal deed? Dat je je verdriet thuisliet en op het werk gewoon weer functioneerde?

Maar normaal bestond niet meer.

De eerste dag terug – tussen verwachtingen en realiteit

Die eerste dag terug op kantoor voelde surrealistisch. Ik parkeerde mijn auto op dezelfde plek als altijd. Liep door dezelfde deur. Zat achter hetzelfde bureau. Maar ik was niet meer dezelfde persoon die hier een paar weken geleden voor het laatst had gewerkt.

Collega’s liepen langs. Sommigen knikten ongemakkelijk. Anderen glimlachten voorzichtig. Een enkeling kwam even langs. ‘Fijn dat je er weer bent.’ ‘Wat goed dat je het aandurft.’ ‘Als je iets nodig hebt, zeg het.’ Ik knikte. Glimlachte zelfs. Bedankte ze voor hun lieve woorden. Want dat hoorde zo, toch? Dankbaar zijn dat mensen aan je denken. Blij zijn dat je welkom bent.

Maar vanbinnen was ik er niet. Ik zat daar, maar tegelijk was ik heel ergens anders. Bij mijn kind. Bij de herinneringen. Bij het gemis dat zo groot was dat het alles overschaduwde.

Functioneren als je hoofd vol watten zit

De eerste weken probeerde ik gewoon mijn werk te doen. E-mails beantwoorden. Vergaderingen bijwonen. Taken afvinken. Maar het lukte niet zoals vroeger.

Ik kon me niet concentreren. Las dezelfde zin drie keer zonder te begrijpen wat er stond. Vergat afspraken die in mijn agenda stonden. Maakte fouten die ik normaal nooit zou maken. Simpele dingen gingen mis. Ik schaamde me. Wat was er met me gebeurd? Waarom kon ik dit niet meer?

Mijn hoofd zat vol watten. Alles ging traag. Alsof ik door dik glas naar de wereld keek. Ik hoorde mensen praten maar de woorden drongen niet echt tot me door. Ik was aanwezig maar afwezig tegelijk.

En dan waren er die momenten. Een collega die vrolijk vertelde over het schoolreisje van haar dochter. Iemand die klaagde over de drukte van de kinderopvang. Onschuldige gesprekken. Maar voor mij waren het messen in mijn hart. Want mijn kind zou nooit naar een schoolreisje gaan. Ik zou nooit meer klagen over de kinderopvang.

De onzichtbare druk om ‘gewoon’ te doen

Er was niemand die het hardop zei. Maar ik voelde de verwachting. Dat ik weer zou functioneren. Dat ik mijn verdriet thuisliet. Dat werk werk was en privé privé.

Sommige collega’s wisten duidelijk niet hoe ze met me om moesten gaan. Ze vermeden me. Liepen een andere kant op als ze me zagen aankomen. Of praatten expres over koetjes en kalfjes, alsof er niets gebeurd was.

Anderen waren juist heel voorzichtig. Fluisterden bijna als ze tegen me praatten. Keken me aan met medelijden in hun ogen. Dat was lief bedoeld. Maar het maakte me ook tot het slachtoffer. De vrouw van wie het kindje was overleden. Niet meer gewoon mezelf.

En dan was er die innerlijke stem. Die stem die zei dat ik me moest vermannen. Dat anderen het ook zwaar hadden. Dat ik blij mocht zijn dat ik nog een baan had. Dat ik niet moest zeuren.

Die stem maakte het nog zwaarder. Want naast het verdriet kwam ook de schaamte. Schaamte dat ik niet functioneerde zoals ik zou moeten. Dat ik mijn collega’s en leidinggevende teleurstelde. Dat ik niet sterk genoeg was.

Wanneer weet je dat je nog niet klaar bent?

Misschien ben je net als ik te vroeg terug gegaan. Omdat je dacht dat het moest. Omdat je niet tot last wilde zijn. Omdat je hoopte dat werken zou afleiden. Maar je merkt dat het niet gaat. Dat je ’s avonds compleet uitgeput bent. Dat je overdag moet huilen op de wc. Dat je in paniek raakt als iemand je iets vraagt. Dat je ’s nachts wakker ligt van de stress.

Dit zijn signalen. Je lichaam en je hoofd vertellen je dat het te veel is. Dat je meer tijd nodig hebt. Meer ruimte om te rouwen. En dat is oké. Sterker nog, dat is normaal. Rouw heeft tijd nodig. Ruimte. Aandacht. Je kunt het niet wegdrukken of negeren. Het gaat niet weg omdat je druk bent met werken.

Wat heb je nodig om het wel te kunnen?

Misschien lukt het wel om te werken. Maar dan op een andere manier. Met aanpassingen. Met ruimte.

Sommige mensen kunnen beter parttime beginnen. Een paar uur per dag. Langzaam opbouwen. Anderen hebben behoefte aan aangepast werk. Taken die minder zwaar zijn. Die minder concentratie vragen. En soms heb je gewoon ruimte nodig om te huilen. Om even weg te kunnen als het te veel wordt. Om niet te hoeven uitleggen waarom je er even niet bent.

Elke situatie is anders. Wat voor de één werkt, werkt niet voor de ander. En wat deze week lukt, lukt volgende week misschien niet. Rouw is grillig. Onvoorspelbaar.

Het helpt als je werkgever dit begrijpt. Als er ruimte is om eerlijk te zijn. Om te zeggen dat het niet gaat. Om aanpassingen te maken zonder dat je je daar schuldig over hoeft te voelen.

Voor werkgevers – hoe help je een werknemer die zijn kind heeft verloren?

Als werkgever wil je er zijn voor je werknemer. Dat is mooi. Maar je weet misschien niet hoe. Wat kun je vragen? Wat niet? Hoeveel ruimte geef je? Wat is redelijk?

Ga het gesprek niet uit de weg | houd contact

Het belangrijkste is dat je het gesprek aangaat. Niet één keer, maar regelmatig. Want de situatie verandert. Wat vandaag lukt, lukt morgen misschien niet.

Sluit aan bij de behoefte van je werknemer, evalueer op gezette tijden en stel afspraken bij

Vraag wat je werknemer nodig heeft. Niet wat jij denkt dat nodig is. Luister echt. En accepteer dat het antwoord kan veranderen. Dat er geen vast plan is. Dat rouw niet lineair verloopt.

Wees flexibel, denk in taken niet in uren en denk in oplossingen

Geef ruimte voor emoties. Het is oké als je werknemer huilt op het werk. Als er dagen zijn dat het niet lukt. Als de productiviteit lager is dan normaal. Dit is tijdelijk. Maar het heeft tijd nodig.

Denk ook na over praktische zaken. Kan je werknemer thuis werken als dat helpt? Zijn er rustige plekken op kantoor waar even bijgekomen kan worden? Kunnen collega’s bepaalde taken overnemen?

En heel belangrijk: bescherm je werknemer ook tegen onbegrip van anderen. Maak duidelijk aan het team dat er ruimte is voor rouw. Dat dit geen zwakte is. Dat we er zijn voor elkaar.

De rol van een arbo- en reïntegratiespecialist

Soms is het fijn om er iemand bij te hebben die ervaring heeft met rouw en werk. Een specialist die zowel de werknemer als de werkgever kan begeleiden.

Een arbo- en reïntegratiespecialist die ervaring heeft met kindverlies begrijpt wat er met je gebeurt. Die weet dat rouw op het werk anders werkt dan andere vormen van verzuim. Die kan helpen om een werkbare situatie te creëren.

Voor de werknemer betekent dit dat er iemand meedenkt. Iemand die helpt om te bepalen wat wel en niet lukt. Die kan bemiddelen tussen wat je zelf wilt en wat realistisch is. Die signalen herkent als het te veel wordt.

Voor de werkgever betekent dit dat er professionele begeleiding is. Iemand die kan adviseren over aanpassingen. Die helpt om het gesprek te voeren. Die weet wat wettelijk mag en moet.

Dit kan het verschil maken tussen een situatie die werkt en een situatie die vastloopt. Tussen een werknemer die langzaam weer grip krijgt en een werknemer die overbelast raakt.

Kleine stappen zijn ook vooruitgang

Misschien ben je nu aan het werk. Of misschien overweeg je om terug te gaan. Of je bent al terug maar het voelt niet goed. Weet dat kleine stappen ook vooruitgang zijn. Dat het oké is om langzaam te gaan. Om te zeggen dat iets niet lukt. Om aanpassingen te vragen.

Er is geen handleiding voor hoe je dit doet. Geen stappenplan dat voor iedereen werkt. Jouw rouw is van jou. Jouw tempo is jouw tempo. Wees mild voor jezelf. Je doet wat je kunt. En sommige dagen is dat meer dan andere dagen. En dat is allemaal goed.

Waar vind je hulp?

Als je merkt dat je begeleiding of advies nodig hebt, zijn er specialisten die kunnen helpen. Hier vind je Arbo- en re-integratiespecialisten die gespecialiseerd zijn in werkhervatting na verlies van een kind. Zij ondersteunen zowel werknemers als werkgevers bij het vinden van een werkbare situatie. Bij het maken van een plan dat past bij jouw of jullie situatie. Bij het bespreekbaar maken van wat nodig is.

Kijk op hier voor het complete overzicht van specialisten die ervaring hebben met rouw en verlies. Want je hoeft dit niet alleen te doen. Er zijn mensen die begrijpen wat je doormaakt. Die weten hoe moeilijk dit is. Die je kunnen helpen om stappen te zetten die bij jou passen

Deel het bericht:

Andere berichten

De eenzaamheid van rouw – Het belang van begrip en steun

Gevoelens van machteloosheid, woede, ontreddering. Een onvervulde kinderwens, een miskraam, een overleden (klein)kind of een kind dat afhankelijk zal zijn van de zorg van anderen. (Groot)ouders die dit meemaken kennen het gevoel. Onbegrip van je omgeving. ‘Gelukkig heb je nog…

Lees verder